H. (Hendrik) Post M.C.-III-19 R.I.
Teken van Gods trouw
Relaas van ex-strijders bij de Grebbeberg in de meidagen van 1940
Door: J.M. van Wijk | Uitgeverij Gebr. Koster Barneveld
H. (Hendrik) Post
De heer H. Post uit Genemuiden was ingedeeld bij de zware mitrailleur compagnie van het 3e bataljon van het 19 Regiment Infanterie.
Ingekwartierd in Achterberg
In de middag van 2 september 1939 kwamen we in Achterberg aan. We werden ingekwartierd bij de familie Van Dolderen aan de Friesesteeg.
De eerste zondag ging ik naar de Oud Gereformeerde Gemeente in Achterberg. Ik weet nog dat men daar uit de psalmberijming van Datheen zong zonder begeleiding van een orgel.
Oud Gereformeerde Gemeente van Achterberg
(Foto zoals het kerkgebouw er toen uitzag)
Achter de boerderij.
H. Post staande rechts
Nog een keer achter de boerderij.
H. Post staande rechts
Tot november waren we op hun boerderij ingekwartierd. Toen moesten de koeien op stal en werden wij overgebracht naar de barakken, die aan de Cuneraweg gebouwd waren. Toch gingen we iedere avond naar de boerderij en maakten daar de avondsluiting mee. Men was daar gewoon om ’s avonds vlak voor het naar bed gaan nog pap te eten, waarna een gedeelte uit de Bijbel werd gelezen. Deze mensen hebben ons in die tijd geweldig opgevangen. Het was een moeilijke tijd, maar er zijn onvergetelijke vriendschapsbanden gegroeid.
Groepsfoto.
H. Post staande, derde van links
Bouwen aan de stellingen
De eerste weken maakten wij een begin met het in gereedheid brengen van de mitrailleur-opstelling en de onderkomens. Ik hoorde bij de eerste mitrailleurgroep. Onze stelling was in het weiland achter het boerderijtje van Van de Scheur. De tweede stelling lag achter de boerderij van Van Laar en de derde nog iets verder. Deze drie stellingen moesten door middel van een verbindingsloopgraaf met elkaar worden verbonden. Vanwege het grondwater konden we niet diep graven. Er moest veel zand worden aangevoerd met vrachtauto’s. Omdat het in oktober hard regende, konden de vrachtauto’s niet meer door het weiland rijden. Het zand werd toen naast de Friesesteeg gestort. Ik kreeg de opdracht om bij een steenfabriek tussen Rhenen en Elst een aantal lorries en smalspoor te vorderen.
In november begon het spannend te worden. De verloven werden ingetrokken. Omdat onze stellingen nog lang niet klaar waren, kregen we een noodopstelling aan de Weteringsteeg naast de boerderij van Van de Meijden. Er was ook een beperkte bewegingsvrijheid.
Ik weet ook nog dat ik in die tijd op een zondagmiddag naar de Nederlandse Hervormde Kerk van Achterberg ben geweest. Daar preekte toen Ds. Van Wijngaarden uit Veenendaal. Hij sprak over Psalm 91 vers 1: ‘’Die in de Schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, die zal vernachten in de schaduw des Almachtigen.’’ Dit liet in die omstandigheden wel indruk achter bij de soldaten.
Winter 1939 – 1940
De winter 1939 – 1940 was bijzonder streng. We konden niet veel meer aan de stelling werken; de grote voorraad zand aan de weg was keihard geworden door de vorst. Met houwelen probeerden we het zand los te hakken. Hierdoor ontstond een gat. Op het laatst ging dat ook niet meer.
Ons werkterrein werd nu verlegd. We moesten op de Grieft (Grift) vrijwel elke dag ijshakken om een brede geul ijsvrij te maken als eventuele tankversperring.

In het gat van de zandhoop
Links H. Post
Voor de zandhoop
1e links J.L. Grob
3e ‘’ K. Dommerholt
8e ‘’ H. Kerkdijk
11e ‘’ H. Post
IJshakken
De soldaten waren uitgerust met bijlen, trekzagen en bootshaken. Eerst werden er met bijlen op de regelmatige afstanden gaten in het ijs gehakt. Daarna zaagden andere soldaten met hun trekzagen grote blokken ijs. Weer anderen trokken die stukken met de bootshaken op de kant (zie foto).
Ze werden dan recht overeind gezet en met water overgoten. Omdat het overdag flink vroor, ontstond er zodoende een muur van ijs. Er raakten tijdens het ijshakken nogal eens soldaten te water. Begrijpelijk, want je kreeg dan een dag vrij.
IJshakken op de Grift.
1e links J.L. Grob
3e ‘’ J.D.J Reijers
5e ‘’ H. Post
6e ‘’ G.J. de Jonge
7e ‘’ H.J. Hinseveld
9e ‘’ W.H. Kienhuis
10e ‘’ H.J. de Ruyter
10 mei 1940
We kregen omstreeks half drie ’s nachts alarm. We dachten: “Weer een oefening.” Maar toen het licht werd, zagen we de eerste Duitse vliegtuigen overkomen. Het luchtafweergeschut in Rhenen schoot drie vliegtuigen uit de lucht.
We beseften dat het dit keer geen alarmoefening was, maar dat het bittere ernst was.
Het luchtafweergeschut schoot de hele vrijdag overvliegende vliegtuigen. Duikbommenwerpers maakten daar ’s middags een eind aan.
In de loop van deze vrijdag werd de hele bevolking van Achterberg geëvacueerd. Later werden ook de dieren weggebracht, behalve de varkens en de kippen. Het beschikbare voer werd los gestort.
Evacuatie
De burgers van Rhenen en Achterberg moesten op deze stralende vrijdagmorgen voor Pinksteren huis en haard verlaten om in onbekende oorden een veilig heenkomen te zoeken. Het was aanvankelijk de bedoeling om hen per schip over te brengen naar de Zuid-Hollandse eilanden.
Omdat de Duitsers het westen van ons land reeds bombardeerden, kon men zo ver niet meer komen. De smerige kolenschuiten brachten de mensen niet verder dan Bergambacht en omstreken.
Vóór onze stelling lag een boerderij. Deze beman ons het vrije uitzicht op de kruising Friesesteeg-Weteringsteeg en lag precies in het schootsveld.
Tegen de avond werd de boerderij in brand gestoken, nadat de soldaten er eerst de meubels en ander huisraad hadden uitgehaald.
Gevechtshandelingen
De nacht van vrijdag op zaterdag verliep voor ons vrij rustig, maar met het aanbreken van de dag kwamen wij onder hevig granaatvuur te liggen. Dat ging dag en nacht door.
We hebben gelukkig geen voltreffers op onze stelling gekregen. Daar was onze stelling ook niet tegen bestand. Wel kwam er een granaat op het kippenschuurtje bij de boerderij van Van Dolderen. Er bleef letterlijk niets van over.
Tot de avond van 1e Pinksterdag waren we niet rechtstreeks met de vijand in vuurcontact geweest.
Tegen het donker worden kregen we de opdracht om de stelling te verlaten; de zware mitrailleur kon door het schietgat niet in de juiste richting vuren.
Ons schootsveld lag op de Weteringsteeg, rechts van de Friesesteeg, maar de Duitsers probeerden die nacht door te breken langs de Cuneraweg.
We verlieten onze stelling en gingen door het weiland richting Hogesteeg. Vanuit de Hogesteeg hebben we de hele nacht vuur gegeven richting Cuneraweg. Toen het dag werd, kwamen we onder zwaar mitrailleurvuur te liggen en werd één van onze jongens in de rug geschoten. Ik denk dat toen sergeant Nijhof gesneuveld is in de stelling achter de boerderij van Van Dolderen.
Wij kregen het steeds moeilijker en konden het tenslotte niet langer volhouden. Dit kwam ook omdat we geen dekking kregen. Tenslotte trokken we terug naar onze stelling.
Terugtocht
Omdat er een tegenaanval zou plaats vinden, hebben we gewacht op versterking. De tegenaanval werd wel ondernomen, maar leverde niets op.
Bij de spoorlijn werd nog hevig gevochten. Dit was eigenlijk het laatste verzet. Tegen de middag braken vijandelijke duikbommenwerpers ook dit verzet.
Toen begon de algehele terugtocht richting Elst en Amerongen. Het duurde de hele avond en nacht.
Dinsdagmorgen werden we beschoten door Duitse gevechtswagens, die vanuit Veenendaal kwamen.
Iedere soldaat probeerde daarna aan krijgsgevangenschap te ontsnappen.
Dit lukte mij met een groep jongens.
We zagen in de verte een kolonne militaire vrachtwagens beladen met kisten aankomen. We vroegen of we mee mochten rijden.
De chauffeur van één van de vrachtwagens gaf daartoe toestemming. We klommen op de kisten munitie. Zo kwamen we achter de Waterlinie bij Utrecht.
Achteraf gezien was deze tocht levensgevaarlijk. Als we onderweg door de Duitsers beschoten waren, zouden de gevolgen niet te overzien zijn geweest. Nu mag ik hierin de sparende hand Gods zien.
Die dinsdagavond tegen zeven uur kwam de capitulatie en was de oorlog voorbij. Op zondag 26 mei mocht ik weer ongedeerd thuiskomen.
Van onze mitrailleur-compagnie zijn enkele jongens gesneuveld.
Te weten: J. Kuiper, G.J. Paalman en sergeant H.J. Nijhof. Ze liggen dicht bij elkaar begraven op de Grebbeberg. U vindt hun graven in de eerste rij, links van de ingang.
Psalm 91 vers 1
Hij, die op Gods bescherming wacht,
Wordt door den hoogsten Ko - ning
Beveiligd in den duist'ren nacht,
Beschaduwd in Gods wo - ning.
Dies noem ik God, zo goed als groot
Voor hen, die op Hem bouwen,
Mijn burcht, mijn toevlucht in den nood,
Den God van mijn betrouwen. ↵
