Terug naar hoofdinhoud

FT17

Renault FT17 (FT-17)

DSC07047Dit type tank is vanaf 1917 in productie genomen en door het Franse leger vooral in het laatste jaar van de oorlog aan het front ingezet voor infanterie-ondersteuning. Meer dan 3.000 van deze tanks zijn bij verschillende fabrieken in Frankrijk naar buiten gerold, de overgrote meerderheid in 1918.  De aanduiding 'FT' staat mogelijk voor 'Force de Terre', hoewel niet uit te sluiten is dat het niet meer is dan een productiecode van Renault. Door sommige historici wordt de Renault FT de eerste moderne tank ter wereld genoemd. In 1927 is door het Nederlandse leger één exemplaar, destijds 'vechtwagen' genoemd, aangeschaft voor beproevings- en demonstratiedoeleinden. In de mobilisatie van 1939-1940 zijn er nog proeven mee gedaan om het militaire belang van de Waterlinie te demonstreren.

DSC02819In het Nationaal Militair Museum in Soesterberg staat één Renault FT17 opgesteld. Het is niet aannemelijk dat dat de tank is die Nederland zich in 1927 heeft aangeschaft. Het museumexemplaar dat gedemonstreerd wordt op de begane grond van het Militair Museum was ten tijde van de verwerving geschilderd in een Duits camouflagepatroon. De Duitsers hadden een aantal in WO-II op de Belgen en Fransen buitgemaakte exemplaren voor eigen gebruik ingezet en daarvan is het museumexemplaar er vermoedelijk één. Het camouflagepatroon dat nu op de tank is aangebracht dateert van na de restauratie. De door Nederland in het interbellum aangeschafte tank zal waarschijnlijk wel voor altijd spoorloos blijven.

Tot kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog zag Nederland weinig urgentie in de aanschaf van tanks voor de landsverdediging. Maar omdat de inzet van tanks in geval van een vijandelijke aanval beslist niet uit te sluiten was werd in 1927 de Franse Renault aangeschaft die Nederland bekend moest maken met de bestrijding van dit wapen.

DSC06893De moeder van de tanks; dat is de kwalificatie van de Renault FT17.  De indeling van de tank, bemanningscompartiment voor, motorcompartiment achter en hoofdbewapening in een koepel blijft de standaardindeling. 
De Renault FT17 was het eerste tankontwerp met een 360 graden draaibare gepantserde koepel.

Een speciaal ingestelde ‘Commissie Vechtwagen’ demonstreerde de Renault in het hele land en deed er proeven mee in het kader van de bestrijding van het wapen. De vechtwagen werd ondergebracht en onderhouden bij de Schoolcompagnie van de Motordienst op de Ripperda kazerne te Haarlem en kreeg een vaste bemanning die bestond uit chauffeur sergeant G.F.J. Haaze, klein van stuk, en als schutter de korporaal Molenaar, een boomlange militair die door Haaze al snel Kuchmolen werd genoemd vanwege de hoeveelheid brood die hij kon verorberen.

‘Beproevingen zijn bijna alle in of nabij garnizoenen gehouden, zodat zij door den troep bijgewoond konden worden’. Garnizoenen werden uitgedaagd hindernissen aan te leggen en in het gehele land werd de ‘aanval’ getest op zeer diverse terreinsoorten.

Renault FT17 3Feitelijk bleek dat alleen zeer drassige of geïnundeerde polderterreinen moeilijkheden konden veroorzaken, zeker als die doorkruist werden door sloten. Wel besefte men zich dat het een verouderd type vechtwagen betrof, die mogelijk overtroffen zou worden door modernere versies. De tank demonstreerde het eenvoudig overschrijden van schuilplaatsen en mitrailleuropstellingen en ondervond nauwelijks hinder van versperringen:

‘Allerwege is duidelijk gebleken, dat het vermogen van den vechtwagen tegenover hindernissen daadwerkelijk verbluffend is.’ Schietproeven toonden aan dat nauwkeurig vuur afgeven vanuit de rijdende tank vrijwel onmogelijk bleek, met veel hinder van gasontwikkeling en hulzen. Vuren op de tank toonde aan dat met treffers bij de kijksleuven kogelsplinters eenvoudig naar binnen konden dringen. ‘Infanterie niet geheel weerloos’, werd geconcludeerd.

Renault FT17 2Pas in november 1939 werd de tank weer in ‘actieve dienst’ geroepen: ditmaal om aan te tonen dat geïnundeerde gebieden afdoende bescherming zouden bieden tegen optreden van vechtwagens. In de Peel moest sergeant der 1e klasse Haaze een demonstratie gegeven voor commandant veldleger luitenant-generaal J.J.G. baron van Voorst tot Voorst en zijn staf. De generaal veranderde eigenhandig de met stokken afgezette route voor het voertuig, maar tegen zijn verwachtingen in wist Haaze de FT er toch doorheen te krijgen. In het verdronken Asgatterbos bij Amersfoort herhaalde het spel zich, nu onder toeziend oog van binnen- en buitenlandse pers, waarin de Renault ten onder moest gaan. Alleen het weer omhoog rijden uit sloten bleek een probleem, omdat het motorcompartiment dan volliep. ‘De generaal zei letterlijk tegen me: Hij moét ondersteboven’, zo wist adjudant Haaze zich later te herinneren. Door een sloot onnodig schuin te nemen voldeed Haaze aan de hem opgelegde opdracht: de Renault zonk weg en de ‘onneembaarheid’ van de waterlinie leek aangetoond. De strenge winter van ‘39/’40 leverde een mogelijke aanvaller toch weer extra kansen omdat bleek dat zware ijsvorming de waterlinies ook voor de 6.500 kilo zware Renault FT17 begaanbaar maakte.

DSC07051Na, gedurende de mobilisatieperiode, enige activiteiten ontwikkeld te hebben in de Grebbelinie werd de enige Nederlandse Renault FT17 in het vroege voorjaar van 1940 ontdaan van haar motorblok en in deze weerloze toestand voor de Haarlemse Ripperdakazerne geplaatst waar ze enkele maanden later getuige was van de Duitse inval.

De Renault FT in het Nationaal Militair Museum is door adjudant b.d. Haaze geduid als ‘zijn’ tank, met de specifieke deukjes die hij als geen ander kende: ‘Ik herken hem aan die deuken bij de kijkspleten.’ Fotovergelijking maakt deze bewering echter twijfelachtig. Details wijzen erop dat het niet dezelfde tank is.

                                            Bron:   Nationaal Militair Museum
                                                       Soesterberg