Mobilisatie-Zondag
We hebben den afgeloopen Zondag eens een tocht gemaakt door de dorpen der omgeving waar thans vele duizenden soldaten zijn ingekwartierd of op andere wijze onderdak vinden.
Opmerkelijk was reeds in den voormiddag de groote verkeersdrukte op de hoofd- en zijwegen, want uit alle oorden des lands kwamen per auto, motor of autobus, per trein of tandem de familieleden der gemobiliseerden opdagen en overal waar het grijsgroen te vinden was, soms had dit zich in lange rijen langs de respectievelijke dorpsstraten opgesteld, streken ze neer; de vaders en de moeders, de vrouwen, de verloofden en de meisjes, voorzien van pakjes, mandjes en koffertjes, waarin stellig extra-versnaperingen voor de zoo wreedelijk uit hun familiekring gerukte soldaten werden aangevoerd.
Overal zag men ze wandelen, de wachtmeesters, de ‘briggessen’ (korporaals) en de ‘gemeene’ soldaten, den arm om het middel van vrouw of meisje, de warme kwartiermuts in de andere hand en niemand nam er aanstoot aan, als een stoere artillerist of een gebruinde ‘zandhaas’ (d.i. een infanterist) hier of ginder langs de schaduwrijken wegkant zijn Dulcinea liefkoosde, het vaderland voor een oogenblik het vaderland liet en den dienst van Amor boven dat van Mars verkoos …
Vele buitencafé’s en kleine dorpshotelletjes waar anders in dezen tijd des jaars slechts nu en dan een verdwaalde reiziger neerstrijkt, maakten goede zaken en men kwam er handen tekort om die ongewone invasie van dagjesmenschen van het noodige te voorzien.
Het ging er overal waar wij waren, even plezierig en gemoedelijk aan toe, duizenden van onze ‘jongens’ hadden met degenen die hun lief en dierbaar zijn een genoeglijken mobilisatie-Zondag en die geen familie over had (dat waren er natuurlijk ook duizenden) amuseerde zich met degenen die er wel mede gezegend waren.