De deugd in het gedrang.
De deken van Kerkrade waarschuwt.
Zondag is in alle kerken van Kerkrade onder alle missen een waarschuwing van de kansel voorgelezen, opgesteld door de heer W. van Ormelingen, deken van Kerkrade, waarin hij erop wijst dat de grensbewaking gepaard gaat met groote gevaren voor geloof en goede zeden, niet alleen voor de militairen maar ook voor de meisjes.
Het goedkope succes, zegt de waarschuwing, van het uniform bij het zwakke geslacht ontaardt zoo licht en wordt een ruïne voor deugd en eer. De deken, aldus lezen we in het Algemeen Handelsblad, spoort de meisjes aan vooral ten opzichte van de militairen hun waardigheid, netheid en zedigheid te bewaren. Zij moeten bedenken hoe lichtzinnig en onverantwoordelijk het is, een verkering aan te knoopen met personen, die hun geheel en al vreemd zijn, die gewoonlijk maar korte tijd op dezelfde plaats verblijven, die vaak gebonden zijn door de banden van een huwelijk en niet zelden een ander geloof belijden.