Skip to main content

Arnhemsche Courant, dinsdag 20 februari 1940

De verdediging van Nederland.

Het water is een van onze oudste wapens.

De deelnemers aan de driedaagschereis langs de versterkte land- en zeegrenzen en door het inundatiegebied beleefden den tweede dag en bijzondere gebeurtenis; een ontvangst met een korte toespraak door den Commandant van het Veldleger luit.-generaal J.J.G. Baron van Voorst tot Voorts. ‘Ergens in Nederland’ heeft een der hoogste militaire autoriteiten de gelegenheid benut om de vertegenwoordigers van de pers te wijzen op de problemen welke met het stellen van de inundatie samengaan, hij heeft er tevens op gewezen dat dit niet geschiedt met een druk-op-den-knop maar dat dit een arbeid is welke berekeningen vergt van de knapste specialisten welke ons leger in dit opzicht telt.

https images.memorix.nl niod thumb 1000x1000 55f0baf0 3a3c 9e8e 8c5c 686cf5ababe0.jpg‘Het water’, aldus de Commandant van het Veldleger, ‘is een van Nederlands oudste wapens. Menige indringer heeft er tot zijn schade kennis mede gemaakt en …. er voor moeten wijken. En ook thans, ondanks den strengen winter, zal een opmarsch door het water haast onmogelijk zijn. Want al ligt het ijs ter dikte van 30 à 40 c.m. in de gebieden, waar de inundatie, bij wijze van proef, is gesteld, ook met het ijs kan het Nederlandsche leger goed over weg.

Waterlinie behoudt in de winter haar waarde.

Wie zou denken dat de winter de waterlinie tot een onbelangrijk verdedigingswapen degradeert, zal bemerken dat de troepen overal gezorgd hebben voor behoorlijke openingen in het ijs, openingen die een nadering over de gladde ijsvlakte tot een onbegonnen werk maken. Bovendien hebben de militaire autoriteiten het in de hand om in één nacht den waterspiegel te verhoogen of te verlagen, al naar gelang dit gewenscht is. Niet voor niets heeft men kanalen en dijken aangelegd en damsluizen gemaakt.

De waterlinie biedt daarnaast het voordeel dat er zich o.m. een hoogelegen terrein in bevindt, waar bosschen groeien die dekking bieden voor transport van alles wat aan- en afgevoerd moet worden. En die omstandigheid is tevens uitgebuit om verdedigingsbolwerken aan te leggen welke zich diep in de grond bevinden en waar vijandelijke vliegtuigen tevergeefs naar zullen speuren.

Daar zijn batterijen opgesteld met een grooten schootsafstand, bevinden zich mitrailleursnesten waarop de camouflagekunst met zeer veel succes is toegepast.  ’t Gebied achter de waterlinie dat verdedigd zal moeten worden, bevat een groot aantal verdedigingswerken achter elkaar. Valt de eerste, dan stuit de aanvaller op een tweede, vervolgens op een derde en vierde. En zoo lang als het gaat wordt er aan deze linies doorgewerkt, wordt de weermacht van de reeds bestaande verhoogd en worden nieuwe bolwerken aangelegd.

Tankgrachten

De Commandant van het Veldleger vestigde er tenslotte de aandacht op, dat er thans overal tankgrachten zijn of worden gegraven, dat men bij het breken van het ijs niet alleen gebruik maakt van trotyl, maar ook van ijszagen, welke blokken ijs zagen die meteen weer gebruikt worden om een voor een tank onbegaanbare versperring op te werpen, waarna hij besloot met zijn warme waardering uit te spreken voor het prachtige werk dat de troepen te velde thans in Nederland hebben verricht en nog zullen verrichten.

Het ijs als bondgenoot

Een goed half uur bleef luit.-generaal Van Voorst tot Voorst te midden der persvertegenwoordigers. Toen gaf de man, die in het inundatiegebied als gids zou optreden het vertreksignaal: een interessante tocht begon. Interessant: want niet alleen werd hier overtuigend bewezen dat het inderdaad mogelijk is batterijen geschut zoodanig in de grond te graven, dat niemand iets van de aanwezigheid bemerkt, maar ook werd daarbij gedemonstreerd – en dat bij een koude van ongeveer 15 graden Celsius beneden het nulpunt – dat het ijs door de troepen te velde tot bondgenoot is gepromoveerd.
Men stelle zich voor een besneeuwd dennebosch, waarvan de boomen niet al te hoog zijn. De met een dikke sneeuwlaag bedekte paden kunnen getrouwelijk gevolgd worden. En dan begint opeens een batterij van vier 10 c.m. kanonnen te vuren: eerst op dat oogenblik kwamen de deelnemers tot het besef, dat ze ‘ergens’ de batterij gepasseerd waren.

Voortreffelijke camouflage

Zij mochten er zich tenslotte met eigen ogen van overtuigen dat het in stelling gebrachte geschut zich inderdaad diep in de aarden grond bevond en ….. dat er van de aanwezigheid niets te bemerken is.

Zóó had men meer, veel meer batterijen kunnen laten zien. Noodig was dit echter niet, temeer omdat thans een bezoek aan een hulpverbandplaats, welke scherfvrij was ingericht, op het programma stond; een regimentspost waar de gewonden gesorteerd worden, waar noodoperaties uitgevoerd kunnen worden en waarvan men de buitengewoon moderne outillage ten volle moge waarderen. Een afdeeling voor de gaszieken ontbreekt net zomin als de mogelijkheid om tot een snellen afvoer van de gewonden te geraken.

Proefinundatie

‘Ergens in Nederland’ heeft een proefinundatie plaats gehad: wat dit zeggen wil?
Dat het onder water gezette gebied thans een onafzienbare ijsvlakte is. En op die ijsvlakte bewegen zich de grijsgroene soldaten die behalve rubberschoenen eveneens uitgerust zijn met een wollen overgooier en een wollen muts. Hun kleeding is volkomen berekend op het ‘ijzige werk’ dat zij verrichten: het maken van openingen in ’t ijs met behulp van vrachtauto’s of op sleden gemonteerde zagen, die tevens het ijs tot blokken omvormen waarmede tankgrachten of andere versperringen tot onneembare bolwerken versterkt worden.

Hier geschiedde ook de demonstratie met het laten springen over een afstand van 300 m. van het ijs door middel van trotyl dat in busjes beneden den ijsvloer was aangebracht. Eén druk-op-den-knop was, op een teeken van den gids, voldoende om een zuil van ijs en water in de lucht te tooveren en een gracht van 7 à 8 m. in het ijsveld te doen ontstaan. Trotyl is waarschijnlijk het gemakkelijkste middel om open water te krijgen. Alleen is het nadeel dat er geen blokken ijs verkregen worden om bolwerken nog een extra te verdedigen.

Zoo werken, ook in de bittere koude de troepen te veld aan de verdedigingslinies in het inundatiegebied, wordt door de militairen op niet te miskennen wijze aangetoond dat een eventueelen aanvaller moeilijke problemen voorgelegd kunnen worden: neen, wij bezitten geen linies van beton en staal, al vinden deze ook toepassing in onderkomens en opstellingen. Maar …. dat neemt ’t belangrijke feit niet weg, dat ondanks deze handicap de te velde staande troepen met de te hunner beschikking staande middelen een effectieve verdediging van ons land mogelijk gemaakt hebben. Dat in gemobiliseeerd Nederland te mogen constateren is van zeer veel belang. En van nog grooter belang is dat deze arbeid is geschied door soldaten die eensgezind hun uiterste best deden en doen om hun land zoo veilig mogelijk te stellen!