Skip to main content

Arnhemsche Courant, vrijdag 8 december 1939

Arnhemsch Gerechtshof.

Vleesch van militairen gekocht.

Het was in de eerste dagen van de mobilisatie toen voor korte tijd, twee dagen, een troep werd ingekwartierd op het erf van de kinderen van den 56-jarige Js. C., wonende te Batenburg.
Even voor het vertrek kwam de kok met een stuk vleesch bij de vrouw en bood het haar te koop aan voor ƒ 7,50.
De vrouw accepteerde dit, na eenig aarzelen, en had zich daarom voor den Politierechter te Arnhem te verantwoorden. ‘Het is vanzelfsprekend’, aldus de Politierechter, ‘dat een soldaat niet met Rijksgoederen mag leuren. Maar er is daar in de geheele beurt geknoeid met levensmiddelen'.
In scherpe bewoordingen veroordeelde de Officier deze handelswijze, waarvoor hij een geldboete van ƒ 40 subs. 40 dagen vroeg. Verdachte’s raadsman achtte schuldheling niet bewezen.
‘Heb je nog wat te zeggen’, informeerde de Politierechter. ’t Is nog al veel’, zeide de vrouw. ‘Ik dacht vrijspraak of bewaring’.
‘Ja, dat kost allemaal niks’, interrumpeerde de Officier.
Het werd ƒ 25 subs. 25 dagen.