Arnhemsche Courant, dinsdag 5 maart 1940
Spionnage-affaire berecht.
5 jaar gevangenisstraf tegen Ned. marconist en Duitsche journalist geëischt.
Gistermiddag heeft de Rotterdamsche rechtbank de spionnagezaak behandeld tegen den 47-jarigen marconist P.C.B., die in zijn woning te Schiebroek een zendapparaat had, waarmede hij weer- en bodemberichten naar Duitsland zond. Tevens stond terecht de 35-jarige Duitsche journalist H. Dreves, die B ertoe had aangezet.
Den Nederlander was ten laste gelegd dat hij onze neutraliteit in gevaar had gebracht en de neutraliteitsproclamatie waarin staat dat het verboden is zendapparaten te exploiteeren ten dienste van oorlogvoerende buitenlandsche mogendheden had overschreden.
Na een uitvoerig verhoor eischte mr. H.A.J. Reumer, de vertegenwoordiger van het O.M., tegen beide verdachten een gevangenisstraf van vijf jaar met aftrek van de preventieve hechtenis.
Als spion naar Frankrijk uitgezonden
B., die oorspronkelijk een groot pension in Amsterdam dreef, vertoefde in September te Düsseldorf in Duitschland en maakte hier kennis met de Duitschen geheimen inlichtingendienst en werd kort hierop door deze instantie als spion naar Frankrijk gestuurd. Toen zijn taak geëindigd was, keerde hij terug en ontving het verzoek ergens in de buurt van Rotterdam een kortegolfzendtoestel te plaatsen en door middel hiervan weer- en bodemberichten naar Duitschland te zenden. B. nam dit aan en vestigde zich aan den Molensingel in Schiebroek.
Tweemaal per dag moest hij de code zenden
Er werd een contract opgemaakt waarin stond dat B. per maand 250 gulden benevens vergoeding van zijn onkosten zou ontvangen en dat hij tweemaal per dag in een bepaalde code zou zenden.
Het zendapparaat werd hem op 1 November 1939 van Duitschland uit toegestuurd en B. monteerde het, geheel alleen, onder den vloer. Op een golflengte van 50 meter zond B. toen dagelijks, n.l. ’s morgens en ’s avonds omstreeks 7 uur berichten in een steeds wisselende code over het weer, de bewolking, het zicht, de barometer- en thermometerstand, de bodemgesteldheid, enz.
Zoo nu en dan ontving B. van den geheimen dienst berichten, dat alles goed overkwam. Ook met de salarieering liep alles vlot. B. werd maandelijks vooruit betaald. Voor de maand November kreeg hij het geld toegezonden. Begin December ontving hij een telegram, onderteekend met ‘Bommer’, dat iemand het honorarium over de maand December zou komen brengen. Hiertoe moest hij op 11 December in ‘Lido’ te Amsterdam zijn. B. ontmoette hier ‘Bommer’ die later de journalist Dreves bleek te zijn. Deze droeg hem het geld af en deelde mede dat B. ergens een schroefje in het toestel wat vaster moest draaien, dan zou de ontvangst nog beter zijn.
De politieinval
Alls ging goed tot de politie argwaan kreeg en op 21 December een inval deed. Rijksrechercheur F.C. Grondel en ir. A.C. Melsert, opsporingsambtenaar van de radiocontrole der P.T.T., drongen het pand binnen en deden huiszoeking. B. ontkende een zendapparaat in zijn woning te hebben, doch toen de beide heereneen seinsleutel ontdekten, was het toestel spoedig gevonden.
B. vernietigde de geheime instructie doch kon niet verhinderen dat een onderdeel van de code in beslag werd genomen. B. werd opgesloten in het Huis van Bewaring en ontving daar zijn salaris voor Januari benevens 60 gulden onkostenvergoeding en nog wat later een koffer met droge batterijen.
Bij het verhoor van den rechtercommissaris gaf B. toe, dat hij het gewicht van deze berichten voor ’s lands neutraliteit wel degelijk had beseft.
Op de terechtzitting bevestigde rijksrechercheur Grondel de feiten. Het bewuste apparaat kon niet gebruikt worden als ontvanger.
Het belang der uitgezonden berichten
Kapitein M.A. Korten, die eveneens als getuige werd gehoord, wees op het belang van de uitgezonden berichten, temeer nu het Meteorologisch Instituut te De Bildt niet meer werkt.
De officier van Justitie bracht in zijn requisitoir rechercheur Grondel een compliment voor zijn werk. Spreker wees op de behoorlijke houding van verdachte B., die heeft bijgedragen aan de ontwarring van de feiten.
Dat de weerberichten in dezen tijd wel zeer belangrijk zijn, bewijst volgens spr. de angstvalligheid waarmede de belligerenten hun meteorologische berichten als een kostbaar bezit bewaren. Dat de berichten bestemd waren voor militaire doeleinden wist verdachte, omdat het hem door zijn opdrachtgevers was meedegedeeld. Als verzachtende omstandigheid voerde spr. aan dat B. financieel omlaag zat, doch het feit dat terwijl de Nederlandsche regeering al het mogelijke doet om de neutraliteit te bewaren, verdachte om een handjevol geld onze onzijdigheid in gevaar brengt, is volgens spreker toch wel zeer schandelijk.
Getoond moet worden hoe het een spion vergaat.
Verdachte is wel niet de eenige, er zijn nog meer zenders in Nederland, doch die zullen te zijner tijd wel opgespoord worden. Hier moet getoond worden, hoe het een spion vergaat, onverschillig voor welke mogendheid hij zijn werk verricht. De officier achtte het ten laste gelegde bewezen en eischte 5 jaar gevangenisstraf met aftrek van de voorloopige hechtenis. Uitspaak op 18 maart.